DBS bij bewegingsstoornissen

Oriëntatie
Afspraak
Vervolgonderzoek
Behandeling
Na de operatie
Nazorg

Diepe hersenstimulatie (Deep Brain Stimulation of DBS) kan effect hebben op de verschijnselen van uiteenlopende neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson, tremor en dystonie.

Wat de aandoeningen gemeen hebben is dat er een verstoring is van de activiteit van bepaalde hersengebieden. Dit gebied kan per ziekte variëren. Deze verstoring zorgt voor (een deel) van de hoofdsymptomen van de ziekte. Behandeling met DBS kan deze verstoring voor een deel opheffen.

DBS is een effectieve therapie bij zorgvuldig geselecteerde patiënten. Dit betekent dat DBS niet voor iedereen een goede behandeling is, ook al heeft u een van de bovengenoemde aandoeningen.

Diepe hersenstimulatie (Deep Brain Stimulation of DBS)

Bij DBS worden één of twee elektroden in een structuur diep in de hersenen geplaatst. Deze elektroden worden met een kabeltje onder de huid verbonden met een elektrische neurostimulator (een soort pacemaker met een batterij) die oppervlakkig onder de huid op de borst of in de buik komt te liggen. Door middel van deze techniek kunnen met hoge frequentie continu stroomstootjes gegeven worden naar de gebieden in de hersenen waar de elektroden liggen. De verandering in de hersenen die hierdoor plaatsvindt, kan zorgen voor een verbetering van (sommige) klachten passend bij uw ziekte.

Afhankelijk van de aandoening en de verschijnselen kunnen de elektroden in verschillende hersendelen worden geplaatst. Voorbeelden zijn de thalamus, de subthalamische kern of de globus pallidus.

Welke operatie is voor u het meest geschikt?

Uw klachten bepalen uiteindelijk welke operatie nodig is.

DBS bij beven/tremor

Door essentiële tremor, multiple sclerose of andere oorzaak.

  • Thalamusstimulatie: bij deze behandeling worden de elektroden geplaatst in de thalamuskern. Deze behandeling wordt gedaan bij patiënten die, ondanks het gebruik van medicijnen, veel last hebben van beven. Bij 85% van de patiënten is het beven na de operatie verminderd. De mate van verbetering varieert.
  • Thalamotomie: bij een kleine groep patiënten wordt in plaats van een thalamusstimulatie een klein gaatje gemaakt in de thalamuskern. Dit heet een thalamotomie. Door verhitting van een tijdelijke elektrode wordt een stukje hersenweefsel uitgeschakeld, waarna de elektrode weer wordt verwijderd. Op deze manier kan ernstig beven worden verminderd. De thalamotomie werd vooral uitgevoerd in de periode voordat diepe hersenstimulatie algemeen beschikbaar was. Een nadeel van deze techniek is dat deze operatie alleen enkelzijdig kan worden uitgevoerd en dat het een effect heeft op het beven aan één zijde (links of rechts). Ook is de kans op bijwerkingen hoger dan bij diepe hersenstimulatie. De voordelen zijn dat er geen stimulatie-materiaal geïmplanteerd wordt en er na de operatie geen frequente poliklinische controle noodzakelijk is.

DBS bij Parkinson

Stimulatie van de subthalamische kern (STN-stimulatie) is de standaardbehandeling bij patiënten met de ziekte van Parkinson die onvoorspelbaar reageren op het gebruik van medicijnen.

De STN-stimulatie vermindert traagheid, beven, pijnlijke krampen en over-beweeglijkheid bij de ziekte van Parkinson. Het positieve effect van de STN-stimulatie op stijfheid en traagheid kan variëren van 30% tot 70%. De operatie wordt in de meeste gevallen dubbelzijdig uitgevoerd.

Bij een kleine groep patiënten met onwillekeurige bewegingen, stijfheid, traagheid en pijnlijke verkrampingen wordt een pallidotomie verricht. In plaats van diepe hersenstimulatie wordt dan een klein gaatje gemaakt in globus pallidus kern diep in de hersenen. Door verhitting van een tijdelijke elektrode wordt een stukje hersenweefsel uitgeschakeld, waarna de elektrode weer wordt verwijderd. Op deze manier kunnen onwillekeurige bewegingen, stijfheid, traagheid en pijnlijke verkrampingen worden bestreden.

Pallidotomie werd vooral uitgevoerd in de periode voordat diepe hersenstimulatie algemeen beschikbaar was. Een nadeel van deze techniek is dat deze operatie alleen enkelzijdig kan worden uitgevoerd en dus een effect heeft op de verschijnselen van alleen de linker of de rechter lichaamshelft. Ook is de kans op bijwerkingen hoger dan bij diepe hersenstimulatie. De voordelen zijn dat er geen stimulatie-materiaal geïmplanteerd wordt en er na de operatie geen frequente poliklinische controle noodzakelijk is.

DBS bij dystonie
Bij patiënten met dystonie wordt de globus pallidus kern gestimuleerd (GPI-stimulatie). De operatie wordt in de meeste gevallen dubbelzijdig uitgevoerd. Het resultaat van de operatie is afhankelijk van het type dystonie en de ernst van de klachten, maar de verschijnselen van dystonie kunnen globaal tussen de 30 en 60% afnemen.

Uw behandelend arts/neuroloog heeft u verwezen naar de polikliniek Neurologie. Hier wordt onderzocht of u in aanmerking komt voor behandeling met Diepe hersenstimulatie (DBS of Deep Brain Stimulation).

Voor een eerste afspraak op de polikliniek is een verwijzing van een neuroloog nodig. De verwijzing wordt naar het AMC gestuurd door uw verwijzend arts, daarna ontvangt u per brief een uitnodiging voor een eerste consult. Heeft u vragen over de verwijzing of een afspraak, dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Neurologie. De wachttijd voor de eerste afspraak is enkele weken.

Als u voor het eerst onze polikliniek bezoekt dan duurt de afspraak meestal ongeveer 2 uur. Bij uw eerste bezoek wordt onderzocht wat er exact aan de hand is. Er wordt gevraagd naar uw ziektegeschiedenis en er wordt lichamelijk onderzoek gedaan. Dan kijken we of u eventueel in aanmerking komt voor de operatie en of er andere behandelingen mogelijk zijn. Verder vertelt de specialist u kort over de procedure en de risico's van diepe hersenstimulatie.

Soms is het nodig om eerst verder onderzoek te doen om uw geschiktheid voor een behandeling beter te bepalen en dan is het nodig om een vervolgafspraak te maken om op sommige punten uitgebreider in te gaan.

Het definitieve besluit of de DBS-behandeling kan plaatsvinden, wordt pas genomen nadat u aanvullende onderzoeken hebben ondergaan die veelal plaatsvinden tijdens een opname in het ziekenhuis. U zult na het eerste polikliniekbezoek na ongeveer 3 maanden opgeroepen worden voor deze screenings-opname.

Het tijdstip van deze screening heeft geen invloed op de wachttijd. De wachttijd tot de operatie kan variëren, dit ligt aan het aantal uitgevoerde operaties per jaar en het aantal aangemelde patiënten. Op dit moment is de wachttijd tot de operatie ongeveer 6 maanden. De wachttijd wordt gerekend vanaf het eerste polibezoek bij de afdeling Neurologie in het AMC.

Vervolgafspraak

Let op: dit geldt alleen voor patiënten die al behandeld worden met DBS!

Indien u na de DBS-behandeling het spreekuur bezoekt dan duurt de afspraak meestal 30 minuten. U spreekt dan een verpleegkundig specialist die nauw contact heeft met de neuroloog. U zult de neuroloog zelf dus niet zo vaak zien. Tijdens deze afspraak wordt afgesproken wanneer de volgende afspraak gemaakt wordt. Voor het zelf maken van een afspraak belt u met de polikliniek Neurologie.

Iedere werkdag is er een telefonisch spreekuur. Wanneer u voor 12.00 uur belt met 020-566 2500, dan wordt u in de middag teruggebeld door de verpleegkundig specialist.

Telefoonnummer polikliniek Neurologie: 020 - 566 2500 maandag tot en met vrijdag 09.00 - 17.00 uur. Houd uw patiëntgegevens (geboortedatum en/of AMC-patiëntnummer) bij de hand.

Route

De polikliniek Neurologie ligt in het polikliniekgebouw (bouwdeel A) op de tweede verdieping. Om er te komen neemt u de lift naar de tweede verdieping en meldt u zich bij de balie rechts van de liften.

Tijdens een één- of tweedaagse screenings-opname in het AMC wordt gekeken of u geschikt bent voor de DBS-behandeling of dat het risico van deze behandeling bij u te groot is.

Wat er tijdens de opname onderzocht wordt hangt af van uw klachten. Tijdens de opname bespreekt de verpleegkundig specialist uitgebreid over de operatie, de effecten van DBS en de mogelijke bijwerkingen.

Eén tot twee weken na deze screeningsopname wordt alle informatie besproken in het team van verpleegkundig specialisten, neurologen, neurochirurgen, psychiater en psycholoog en zal het besluit tot wel of geen DBS tijdens dit teamoverleg worden genomen. Als u niet in aanmerking komt of als er aanvullende testen gedaan moeten worden, krijgt u een gesprek met de neuroloog op de polikliniek om dit te bespreken.

Screenings-opname bij beven/tremor

In geval van tremor wordt u gedurende een dag opgenomen in het AMC om te beoordelen of u geschikt bent voor de DBS behandeling. Tijdens deze opname vinden verschillende onderzoeken plaats:   een MRI-scan van de hersenen,  bloedonderzoek en een hartfilmpje (ECG). Er vindt een gesprek plaats met de anesthesioloog die u onderzoekt voor de narcose. De verpleegkundig specialist zal de problemen die u heeft als gevolg van tremor bespreken en vastleggen met behulp van een  video-opname en bespreekt daarna met u de procedure en de voor- en nadelen van een operatie.

 

Screenings-opname bij dystonie

In geval van dystonie wordt u gedurende een dag opgenomen in het AMC om te beoordelen of u geschikt bent voor de DBS-behandeling. Tijdens deze opname vinden verschillende onderzoeken plaats:

  • een MRI-scan van de hersenen;
  • bloedonderzoek en
  • een hartfilmpje (ECG).

U heeft een gesprek met de psychiater en met de anesthesioloog die u onderzoekt voor de narcose. De verpleegkundig specialist zal de problemen die u heeft als gevolg van dystonie bespreken en vastleggen met behulp van een video-opname en bespreekt met u de procedure en de voor- en nadelen van een operatie.

Screenings-opname bij ziekte van Parkinson

In geval van de ziekte van Parkinson wordt u gedurende twee dagen opgenomen in het AMC om te beoordelen of u geschikt bent voor de Dbs-behandeling. Tijdens deze opname vinden verschillende onderzoeken plaats: een MRI-scan van de hersenen, bloedonderzoek, een hartfilmpje (ECG). Ook vindt een gesprek plaats met de anesthesioloog die u onderzoekt voor de narcose. U krijgt een neuropsychologisch onderzoek en u heeft een afspraak met de psychiater.

De reactie op de Parkinsonmedicijnen wordt nauwkeurig in kaart gebracht. Dit gaat als volgt: op de avond van de eerste dag dat u opgenomen bent neemt u uw laatste Parkinsonmedicatie om 20.00 uur in. De volgende ochtend vindt dan het eerste deel van de meting plaats, in de OFF-fase (zonder medicatie). Daarna krijgt u een omgerekende ochtenddosering snelwerkende Parkinsonmedicatie en ongeveer 1 uur later, als de medicijnen werken, worden de meetschalen opnieuw afgenomen in de ON-fase (met medicatie). Bij elkaar zullen deze metingen ongeveer 3 uur duren. Hiervan wordt een video-opname gemaakt, zodat deze in het behandelteam besproken kan worden. De verpleegkundig specialist bespreekt met u de procedure en de voor- en nadelen van een operatie.

U meldt zich op de dag van de opname op het Neurocentrum op verpleegafdeling H6. Dit is meestal de dag voor de geplande operatie.

De verpleegkundige maakt u wegwijs op de afdeling, waarna u doorgaat naar het opnamegesprek.

Opnamegesprek

Tijdens het opnamegesprek komt alles dat van belang is voor uw behandeling aan bod. Heeft u allergieën? Wat is uw thuissituatie en wat zijn uw dieetwensen? Ook geeft u persoonlijke voorkeuren aan waar we vervolgens zoveel mogelijk rekening mee houden. Belangrijk is dat u een recent medicatie-overzicht meeneemt en eventueel ook uw eigen medicatie voor de eerste dagen.

Daarnaast komen de neurochirurg en de verpleegkundig specialist in de loop van de dag bij u langs om de operatie nogmaals met u te bespreken en eventuele vragen te beantwoorden. Er wordt met u besproken of u bepaalde medicijnen niet mag innemen.

De operatiedag

U krijgt een infuus in verband met vocht- en antibioticatoediening. Ook wordt een blaaskatheter, een slangetje in de blaas, geplaatst om urine af te voeren zodat u tijdens de operatie niet hoeft te plassen. Op de avond na de operatie wordt de blaaskatheter weer verwijderd.

Plaatsen van het frame

Rond 8:00 uur in de ochtend komen de neurochirurg en de verpleegkundig specialist naar u toe. Op vier plaatsen op uw hoofd krijgt u een verdovende injectie. Deze injecties zijn even pijnlijk. Daarna plaatst de arts met schroeven een frame op uw hoofd zodat de elektroden tijdens de operatie nauwkeurig naar de juiste plaats kunnen worden geleid. Bij het aandraaien van de schroeven voelt u een drukkend gevoel op uw hoofd.

De MRI-scan

Nadat het frame is geplaatst, wordt een MRI-scan gemaakt om de plaats voor de elektrode nauwkeurig te bepalen. Het maken van deze scan duurt ongeveer 20 minuten. Na de MRI-scan gaat u in bed naar de wachtruimte voor de operatiekamer.

De operatie

De DBS-operatie bestaat uit 2 verschillende onderdelen, die op dezelfde dag worden uitgevoerd.

Het eerste operatie-deel: het plaatsen van stimulatie-elektroden.

Afhankelijk van uw klachten en de specifieke situatie wordt het plaatsen van de elektroden verricht onder narcose of onder plaatselijke verdoving. Als de elektroden onder plaatselijke verdoving worden geplaatst, betekent dit dat u wakker bent tijdens dit deel van de operatie waardoor het mogelijk is om tijdens de operatie beven, spraak, spierstijfheid en bijwerkingen te controleren.

    Eerst verdooft de neurochirurg uw hoofdhuid nogmaals met een injectie. De hersenen zelf worden niet verdoofd want deze zijn gevoelloos. Daarna worden twee sneetjes in de huid gemaakt en gaatjes in de schedel geboord, van 15 mm doorsnee. Dit is een vervelend hard geluid, maar u voelt hier niets van. Er wordt een speciale boor gebruikt die, zodra het gaatje is gemaakt, vanzelf afslaat. De boor kan dus niet 'doorschieten' in de hersenen. Hierna worden een of meerdere proefelektroden ingebracht op de plaatsen die met behulp van de MRI zijn uitgerekend.

    Afhankelijk van de klachten die u heeft wordt met behulp van computerapparatuur gemeten in welke hersenstructuur de proefelektroden zich bevinden. Vervolgens worden proefstimulaties verricht om de beste plaats van de stimulatie-elektrode te bepalen.

    Tijdens deze proefstimulatie test de neuroloog of de klachten, zoals het beven en de stijfheid, minder worden en of het bewegen makkelijker gaat. Bij hogere elektrische stroom kan het gebeuren dat er tintelingen of een verkrampt gevoel in arm of been ontstaan. Ook kunnen spraakproblemen, krachtverlies of gevoelsstoornissen ontstaan. Deze laatste verschijnselen geven extra informatie over de plaats van de elektrode. Al deze bijverschijnselen verdwijnen direct na het verminderen van de stroomstootjes.

    Tenslotte worden de definitieve elektroden op de goede plaats ingebracht en aan de schedel verankerd met een kapje dat aan de schedel wordt vastgeschroefd. Hierna wordt de huid weer gesloten en wordt het frame van uw hoofd gehaald. Vanaf het opzetten van het frame tot het plaatsen van de elektroden duurt het ongeveer 5 uur.

    Het tweede operatie-deel: het plaatsen van de neurostimulator.

    Na de eerste operatie is een tweede ingreep noodzakelijk om de elektrische neurostimulator (een soort pacemaker met batterij) oppervlakkig onder de huid op de borst of in de buik te plaatsen en met de hersenelektroden te verbinden door middel van een verlengkabel. Dit deel van de ingreep gebeurt onder algehele narcose en duurt gemiddeld 1 uur.

    Wanneer uw operatie klaar is belt de neurochirurg uw contactpersoon. Deze krijgt dan informatie over het verloop van de operatie en uw gezondheidstoestand. Uw contactpersoon kan vervolgens familie en vrienden op de hoogte stellen.

    Als u goed wakker bent geworden uit de narcose op de uitslaapkamer, gaat u terug naar de afdeling. Hier houdt u de rest van de dag bedrust. Een verpleegkundige controleert regelmatig de bloeddruk en de polsslag. De volgende dag mag u in principe uit bed en op de verpleegafdeling rondlopen. De eerste dagen na de operatie kunt u last hebben van vermoeidheid en/of hoofdpijn. Eén tot drie dagen na de operatie mag u naar huis. De stimulator staat dan nog niet aan.

    Het optimaal instellen van de stimulator

    Wanneer de elektroden en elektrische neurostimulator zijn geplaatst wordt deze geprogrammeerd. Dit gebeurt ongeveer één tot twee weken na ontslag uit het ziekenhuis tijdens een dagklinische opname die een paar uur duurt.

    Vervolgens worden eventuele aanpassingen aan de DBS gemaakt tijdens poliklinische vervolgafspraken. Het kan daarna soms wel een half jaar tot een jaar duren voordat het optimale effect van uw behandeling is bereikt. Over het algemeen laat het effect van de behandeling bij dystonie wat langer op zich wachten. U blijft daarnaast onder controle van de neuroloog die u naar het AMC heeft verwezen.

    Na de operatie blijft behandeling met medicijnen noodzakelijk. Vaak kunnen de medicijnen worden verminderd. Na gemiddeld 5 jaar, soms eerder, soms later, moet de elektrische neurostimulator vervangen worden. Bij patiënten met dystonie kan dit eerder nodig zijn, meestal na twee tot drie jaar.

    Complicaties en bijwerkingen van de DBS bij bewegingsstoornissen

    We maken onderscheid tussen complicaties als gevolg van de operatie en bijwerkingen van de stroom van de elektrische neurostimulator. De bijwerkingen als gevolg van de stroom verdwijnen of nemen veelal af na het aanpassen van de stimulatie instelling. Soms is het moeilijk of niet mogelijk een optimale balans te vinden tussen optreden van bijwerkingen en een goed effect van de stimulatie.

    De kans op blijvende complicaties is klein (minder dan tien procent). Voorbijgaande complicaties treden op bij ongeveer de helft van de patiënten.

    Complicaties en bijwerkingen van DBS bij tremor

    De meest voorkomende complicaties en bijwerkingen zijn:

    • er bestaat een kans (minder dan 2%) op infectie;
    • er bestaat een kans van 5% op het kapot gaan van het stimulatiesysteem, dit is met een hersteloperatie goed op te lossen;
    • bij minder dan 2 % van de operaties komen ernstige complicaties voor, zoals een hersenbloeding met een tijdelijke spraakstoornis. Langer verblijf in het ziekenhuis is dan noodzakelijk. In de afgelopen jaren heeft bij behandeling in het AMC niemand hierdoor blijvende verlammingsverschijnselen gehouden;
    • er bestaat een kans van 60% om als gevolg van de stroom in de hersenen spraak of balansproblemen te ontwikkelen. Deze klachten kunnen gering of ernstig zijn. Indien de stroom wordt verlaagd nemen deze klachten vaak af of verdwijnen ze. Soms lukt het niet goed een goede balans te vinden tussen een goed effect op het beven en de bijwerkingen;
    • (tijdelijke) verwardheid;
    • de kans dat het effect van de behandeling in de loop van de tijd afneemt is 70%.

    Complicaties en bijwerkingen van DBS bij dystonie

    De meest voorkomende complicaties en bijwerkingen zijn:

    • er bestaat een kans (minder dan 2%) op infectie;
    • er bestaat een kans van 5% op het kapot gaan van het stimulatiesysteem, dit is met een hersteloperatie goed op te lossen;
    • bij minder dan 2 % van de operaties komen ernstige complicaties voor, zoals een hersenbloeding met een tijdelijke spraakstoornis. Langer verblijf in het ziekenhuis is dan noodzakelijk. In de afgelopen jaren heeft bij behandeling in het AMC niemand hierdoor blijvende verlammingsverschijnselen gehouden;
    • (tijdelijke) verwardheid;
    • sombere stemming;
    • er bestaat kans op bijwerkingen als gevolg van de stroom in de hersenen: spraakproblemen (bij minder dan 20%), balansproblemen (bij minder dan 10%), klachten van moeilijk bewegen (50%, maar deze klachten zijn vaak gering).

    Indien de stroom wordt verlaagd nemen deze vaak klachten af of verdwijnen deze. Soms lukt het niet goed een goede balans te vinden tussen een goed effect op het beven en de bijwerkingen.

    Complicaties en bijwerkingen van DBS bij de ziekte van Parkinson

    De meest voorkomende complicaties en bijwerkingen zijn:

    • er bestaat een kans (minder dan 2%) op infectie;
    • er bestaat een kans van 5% op het kapot gaan van het stimulatiesysteem, dit is met een hersteloperatie goed op te lossen;
    • bij minder dan 2 % van de operaties komen ernstige complicaties voor, zoals een hersenbloeding met een tijdelijke spraakstoornis. Langer verblijf in het ziekenhuis is dan noodzakelijk. In de afgelopen jaren heeft bij behandeling in het AMC niemand hierdoor blijvende verlammingsverschijnselen gehouden.
    • onduidelijker spreken ("met een dubbele tong");
    • veelvuldig knipperen en krampen van de spieren van de ogen en oogleden; -(tijdelijke) verwardheid;
    • uw balans kan onzeker zijn.

    Zeldzame bijwerkingen zijn:

    • gedragsveranderingen (ontremd zijn, minder rekening houden met anderen);
    • verslaving, bijvoorbeeld gokken;
    • een verhoogde seksuele behoefte;
    • problemen met denken en geheugen.

    Tijdens de screening voorafgaand aan de operatie wordt onderzocht of er bij u een grotere kans is op het krijgen van deze zeldzame bijwerkingen.

    Eén tot twee dagen na de DBS-operatie mag u naar huis. De datum van uw ontslag uit het ziekenhuis hangt af van het verloop van de behandeling en uw herstel.

    Als u alleen woont is het prettig om de eerste dagen na ontslag wat hulp thuis te hebben. De meeste patiënten ervaren in de eerste weken na de operatie minder klachten van de ziekte. Het tijdstip van ontslag is meestal rond 11.00 - 12.00 uur 's ochtends.

    Overplaatsing In de meeste gevallen kunnen patiënten na de DBS operatie naar huis. Soms wordt besloten om u naar een instelling met revalidatiemogelijkheden over te plaatsen.

    Ontslaggesprek

    Voor u met ontslag gaat heeft u met de verpleegkundig specialist/consulent van het DBS-team een kort gesprek waarbij met u een afspraak wordt gepland voor het dagklinisch instellen van de DBS. Tevens krijgt u contactgegevens voor als u vragen heeft en krijgt u informatie over de wondverzorging. U krijgt de mogelijkheid om vragen te stellen.

    Ook heeft u een ontslaggesprek met de verpleegkundige en de zaalarts van de afdeling. In dit gesprek kijkt u samen terug op uw ervaringen tijdens de opname. De verpleegkundige en de zaalarts gaan samen met u na of alles wat geregeld moet worden ook daadwerkelijk is geregeld en nemen met u door wat u wel en niet kunt doen wanneer u weer thuis bent.

    Huisarts

    De zaalarts brengt uw huisarts op de hoogte van uw ontslag. Uw huisarts krijgt een brief met gegevens over de behandeling en eventuele nazorg. Bij uw huisarts kunt u terecht met vragen, die u na thuiskomst eventueel nog heeft.

    Medicijnen

    Als u met ontslag gaat faxt de zaalarts het recept voor uw medicijnen naar uw apotheek. Het is mogelijk om voor vertrek uit het AMC langs de apotheek te gaan om uw medicijnen te halen. Wanneer u dit wenst kunt u dit aanvragen bij de verpleegkundige die voor u zorgt. De verpleegkundige maakt voor u een medicijnkaart. Op deze kaart staan de medicijnen die u moet gebruiken en de tijden van inname. De AMC apotheek is 7 dagen per week, 24 uur per dag geopend. De apotheek is in de Rode Luifel, rechts van de ingang van het polikliniekgebouw.

    Vervoer

    De verpleegkundige bespreekt met u hoe u naar huis gaat. Als dat nodig is regelt zij dat u met de taxi naar huis gebracht wordt. Om voor vergoeding in aanmerking te komen dient u van te voren een machtiging aan te vragen bij uw zorgverzekeraar. Houdt u er rekening mee dat u zonder een machtiging het vervoer contant moet betalen.

    Telefoontje van de afdeling

    Eén à twee dagen na uw ontslag belt een verpleegkundige van de afdeling u thuis op. Zij vraagt u of alles goed gaat en of u nog vragen of problemen heeft, bijvoorbeeld met de medicijnen.

    Nazorg

    Wanneer de elektroden en stimulator zijn geplaatst, gaan we de DBS programmeren. Dit gebeurt ongeveer één tot twee weken na ontslag uit het ziekenhuis. Hiervoor wordt u één dag opgenomen.

    Na deze opname gaat u de eerste periode na de operatie eens in de zes tot acht weken naar de polikliniek Neurologie. Het kan daarna soms tot een half jaar duren voordat we het optimale effect van de behandeling bereiken. In deze periode is de afdeling neurologie uw hoofdbehandelaar.

    Wanneer de DBS stabiel is ingesteld kan uw eigen neuroloog, de neuroloog die u naar het AMC heeft doorverwezen, de behandeling overnemen. U blijft dan wel onder controle van het AMC maar u zult het AMC minder vaak bezoeken.